Eindelijk weer online!

Omdat het zo ontzettend lang duurt totdat ik weer normaal terecht kan op mijn vaste plek, ben ik (tijdelijk?) verhuisd naar deze site:
Lees mee! welkom!
LadyDaan

 

——————————————————————————————

Hallo allemaal,

Web-log ging verhuizen. Er werd ons verzekerd dat na 24 uur iedereen weer berichtjes kon plaatsen, maar het liep anders. We zijn weken uit de lucht geweest!

Mensen werden ongerust of vroegen of ik gestopt was met mijn weblog. Nee hoor, ik had en heb ongelooflijke schrijfkriebels na al die weken!! Maar het weblog is nog steeds niet helemaal in orde: Ik krijg het archief niet goed gezet en er zijn maar 4 berichtjes zichtbaar. Ik ga er vanuit dat alles goed komt! (zucht!)

Ik kon het design (kleuren en indeling), you-tube muziek en teksten uit de twee rechter kolommen niet mee verhuizen. Ik ben dus aan het kijken hoe alles in dit nieuwe weblog werkt. Om te beginnen er maar eens een persoonlijker foto boven gezet. De kleuren en zo veranderen vast nog wel, maar het begin is er!!

Welkom op mijn vernieuwde blog!

Liefs LadyDaan

Parkeren (column geschreven voor de wijkkrant)

Op de hoek van onze straat spreek ik Stef. Hij heeft een probleem en hij heeft duidelijk de behoefte mij daar deelgenoot van te maken. “Glas vol Sju,” steekt Stef van wal. “Glipt die vent mij gewoon voor!” Meteen daarop volgt zijn opgestoken middelvinger richting de voordeur van de nieuwe buurman op nummer twintig.

De mosgroene Volvo 340 van Stef staat aan de overkant op de stoep. De klep omhoog. Achter de auto twee volle boodschappentassen. Rood met witte kapitalen. Stef is een knoestige man met vergroeid op zijn hoofd een bruine boerenpet. Onder die pet nu fonkelende ogen. “Weet je,” bast hij. “Ik reed eerst drie rondjes. Geen plek. Kom ik aanrijden hier, rijdt er eentje weg. Ik draai m’n auto der heen, maar toen kwam hij an en zette de zijne gewoon neer. Op mijn plek!”

“Het is toch niet te geloven. Je kan hiero toch al zo rottig parkeren. Vroeger, voor dat idiote busstation, kon je overal gewoon je auto kwijt. Maar nou ze aan de andere kant van de Krommedijk motten betalen, komt iedereen hem hier zetten.” Ik adviseer hem niet een plek te zoeken in de Oranjestraat. Daar gaat het Stef namelijk helemaal niet om. Hij wil een plek voor zijn huis, net als vroeger. En nu had ‘die nieuwe’ ook nog zijn plek gejat. Dat doet zeer. Dat snap ik.

Ze zeggen wel eens: auto’s zijn emotie. Maar in onze buurt is parkeren dat nog veel meer. De schaarse parkeerruimte leidt tot ergernis, onveilige situaties en zelfs ruzie. Elke ochtend ben ik getuige van een invasie van busjes en bedrijfsautootjes. Ze rijden de straat in, parkeren hun auto, ze trekken er een vouwfiets uit en gaan een paar uur elders heen. Of veel langer. De parkeeroverlast beïnvloedt het woonplezier van de bewoners negatief.

Stef heeft vandaag even geen tijd om te relativeren. Hij gaat verhaal halen bij ‘die nieuwe’. Zwaaiend met armen beweegt hij richting de voordeur van de man die zijn plek inpikte. Grommend belt hij aan. Ik haal mijn fiets van het slot, rij langs het huis en zie dat de deur dicht blijft. Op het trottoir lopen twee parkeerwachten richting de groene Volvo.

Ray Lander

(Geschreven voor wijkkrant 'De Reelander', editie begin juli)


Parkeren (column geschreven voor de wijkkrant)

Op de hoek van onze straat spreek ik Stef. Hij heeft een probleem en hij heeft duidelijk de behoefte mij daar deelgenoot van te maken. “Glas vol Sju,” steekt Stef van wal. “Glipt die vent mij gewoon voor!” Meteen daarop volgt zijn opgestoken middelvinger richting de voordeur van de nieuwe buurman op nummer twintig.

De mosgroene Volvo 340 van Stef staat aan de overkant op de stoep. De klep omhoog. Achter de auto twee volle boodschappentassen. Rood met witte kapitalen. Stef is een knoestige man met vergroeid op zijn hoofd een bruine boerenpet. Onder die pet nu fonkelende ogen. “Weet je,” bast hij. “Ik reed eerst drie rondjes. Geen plek. Kom ik aanrijden hier, rijdt er eentje weg. Ik draai m’n auto der heen, maar toen kwam hij an en zette de zijne gewoon neer. Op mijn plek!”

“Het is toch niet te geloven. Je kan hiero toch al zo rottig parkeren. Vroeger, voor dat idiote busstation, kon je overal gewoon je auto kwijt. Maar nou ze aan de andere kant van de Krommedijk motten betalen, komt iedereen hem hier zetten.” Ik adviseer hem niet een plek te zoeken in de Oranjestraat. Daar gaat het Stef namelijk helemaal niet om. Hij wil een plek voor zijn huis, net als vroeger. En nu had ‘die nieuwe’ ook nog zijn plek gejat. Dat doet zeer. Dat snap ik.

Ze zeggen wel eens: auto’s zijn emotie. Maar in onze buurt is parkeren dat nog veel meer. De schaarse parkeerruimte leidt tot ergernis, onveilige situaties en zelfs ruzie. Elke ochtend ben ik getuige van een invasie van busjes en bedrijfsautootjes. Ze rijden de straat in, parkeren hun auto, ze trekken er een vouwfiets uit en gaan een paar uur elders heen. Of veel langer. De parkeeroverlast beïnvloedt het woonplezier van de bewoners negatief.

Stef heeft vandaag even geen tijd om te relativeren. Hij gaat verhaal halen bij ‘die nieuwe’. Zwaaiend met armen beweegt hij richting de voordeur van de man die zijn plek inpikte. Grommend belt hij aan. Ik haal mijn fiets van het slot, rij langs het huis en zie dat de deur dicht blijft. Op het trottoir lopen twee parkeerwachten richting de groene Volvo.

Ray Lander

(Geschreven voor wijkkrant 'De Reelander', editie begin juli)


Goed Nieuws!

Goed Nieuws!!!!!!

De oncoloog belde me vanochtend om 10.30 uur al. (Ik had om 13.45 een afspraak ivm de uitslagen op de poli) Hij had goed nieuws: De MRI van maandag liet geen rare dingen zien! Geen uitbreiding van tumoren en geen gekke dingen in mijn hersenen!

De verhoogde tumormarker zou kunnen komen door lichte ontstekingen of andere niet aanwijsbare redenen. Aangezien deze merker dus ook kan reageren op andere zaken, maar er niets te zien is op de MRI-beelden gaat hij niet verder zoeken.

Ik mocht de afgelopen week stoppen met mijn hormoonkuur om te kijken of de duizeligheid en het wazig zien minder werd. Nu moet ik helaas wel weer doorgaan met de medicatie Tamoxifen. Ik ga het nu verdeeld over de dag in nemen (in de ochtend 20 mg en 's avonds 20 mg) Ik ben benieuwd of dat een beetje helpt. Mijn duizeligheid is wel minder, maar niet over…. Ik heb waarschijnlijk geen keuze. Ik moet dit middel blijven slikken om de kanker zo lang mogelijk tegen te houden.

Wat ik vreemd vond was dat de oncoloog niet veel patientes gehoord had over de bijweking duizeligheid en wazig zien bij de Tamoxifen. Ik heb hem verteld dat die klachten bij een flink aantal lotgenoten van mij zeker aanwezig zijn/ waren en dat dit bij sommigen ook geen lichte problemen zijn. Ik wil daar de volgende keer dat ik hem spreek ook over verder praten.

Volgende afspraak bij de oncoloog is pas eind augustus. Als mijn klachten weer verergeren moet ik eerder contact opnemen.

Heel blij!!!

We gaan een weekje Parijs plannen nu! Dank voor alle lieve meelevende berichtjes, Liefs Diana

Goed Nieuws!

Goed Nieuws!!!!!!

De oncoloog belde me vanochtend om 10.30 uur al. (Ik had om 13.45 een afspraak ivm de uitslagen op de poli) Hij had goed nieuws: De MRI van maandag liet geen rare dingen zien! Geen uitbreiding van tumoren en geen gekke dingen in mijn hersenen!

De verhoogde tumormarker zou kunnen komen door lichte ontstekingen of andere niet aanwijsbare redenen. Aangezien deze merker dus ook kan reageren op andere zaken, maar er niets te zien is op de MRI-beelden gaat hij niet verder zoeken.

Ik mocht de afgelopen week stoppen met mijn hormoonkuur om te kijken of de duizeligheid en het wazig zien minder werd. Nu moet ik helaas wel weer doorgaan met de medicatie Tamoxifen. Ik ga het nu verdeeld over de dag in nemen (in de ochtend 20 mg en 's avonds 20 mg) Ik ben benieuwd of dat een beetje helpt. Mijn duizeligheid is wel minder, maar niet over…. Ik heb waarschijnlijk geen keuze. Ik moet dit middel blijven slikken om de kanker zo lang mogelijk tegen te houden.

Wat ik vreemd vond was dat de oncoloog niet veel patientes gehoord had over de bijweking duizeligheid en wazig zien bij de Tamoxifen. Ik heb hem verteld dat die klachten bij een flink aantal lotgenoten van mij zeker aanwezig zijn/ waren en dat dit bij sommigen ook geen lichte problemen zijn. Ik wil daar de volgende keer dat ik hem spreek ook over verder praten.

Volgende afspraak bij de oncoloog is pas eind augustus. Als mijn klachten weer verergeren moet ik eerder contact opnemen.

Heel blij!!!

We gaan een weekje Parijs plannen nu! Dank voor alle lieve meelevende berichtjes, Liefs Diana

Opnieuw verhoogde tumormarker, maar ook gelukkig door simpele, leuke dingen

Momenteel word ik gelukkig van hele simpele dingen. Mijn dochter die een tekening voor me maakt, mijn puberzoon die nog elke avond een nachtknuffel van me wil. Een half uurtje in de zon. Het feit dat de vakantie begonnen is en dat ik dus niet om tien voor half negen in de ochtend op de fiets hoef te zitten om dochter naar school te brengen. Een avond bijpraten met drie vriendinnen en een middagje aan een natuurplas zitten terwijl de kinderen zich vermaken met een opblaasbare dolfijn en een hoop zand.

De activiteiten en de daarbij behorende positieve gevoelens die ik heb over deze momenten zorgen ervoor dat ik niet al teveel zwart-wit ga denken. Ik wil genieten, maar vanaf vrijdag moet ik die wil wel aan daadkracht koppelen. Het genieten wordt belemmerd door stress. Vrijdag 1 juli belde de oncoloog me en vertelde dat het bloedonderzoek van de dag ervoor niet goed was. De tumormarker is weer gestegen. Ik was al weer een aantal dagen duizelig en zag soms wazig. Ook de pijn in mijn nek verergerde weer(niet in ernstige mate). Mijn klachten in combinatie met de gestegen tumormarker in mijn bloed lieten de alarmbellen bij de arts weer rinkelen. Maandag is er dus weer een MRI van mijn hoofd gemaakt. Ik ben voor één week gestopt met de medicatie Tamoxifen, om te bekijken of de duizeligheid een bijwerking is van deze zooi.

Ik probeerde mijn ziekte niet allesoverheersend te laten zijn. Het gezegde ‘Pluk de dag’ bracht ik redelijk in praktijk. Het kankerspook heeft me nu echter weer in zijn greep. Vrijdagmiddag 8 juli krijg ik de uitslag van de MRI. Tot die tijd probeer ik door bezig te blijven, afleiding te zoeken. In de afgelopen jaren bleken de onzekere wachtperioden voor uitslagen de moeilijkste, maar er is wel wat veranderd in mijn coping. In het begin, in maart 2007, was ik hulpeloos, gespannen, zeer onzeker, boos, vaak oververmoeid en angstig. In de laatste vier jaar leerde ik meer vanuit mezelf te leven, ik kreeg meer innerlijke rust en de eerste stappen zijn gezet in het hanteren van een onzekere toekomst. Ik moest eigen keuzes maken en vooral steeds weer mijn doelen bijstellen.

Helaas werd dit proces (acceptatie?) een aantal keren lelijk onderbroken door slecht nieuws. In mei 2010 kreeg ik te horen dat ik niet meer beter word (maar nog wel, hopelijk lang, behandelbaar ben!!) en werd ik teruggeworpen in de omschreven eerste fase. Alle aspecten en emoties van maart 2007 kwamen in alle hevigheid terug. In onze zomervakantie 2010, direct volgend op de bestralingsperiode, kwam ik mezelf aardig tegen. Op een camping vallen namelijk de dagelijkse bezigheden weg en worden je gewoonten onderbroken. Dat hielp niet om alles op een rij te krijgen en ik heb er lang over gedaan om weer wat rust te vinden. Eenmaal thuis kon ik ook deze diagnose een plaats geven.

Toen er in december j.l. opnieuw slecht nieuws was, belandde ik in een soort gelatenheid. Ik had wel enkele hele slechte dagen, waarin ik uren achtereen liep te janken. Maar ik merkte dat ik me beter voelde als ik niet te zwart ging denken, ik parkeerde op sommige dagen mijn gevoelens ergens achter in mijn hoofd. Misschien was het ontkennen van mijn situatie, ik noemde het ‘blokken’ van wat er gebeurde. Ik stopte het weg en weigerde te blijven janken om wat me overkwam. Ik vond het prettig om af en toe leuke dingen te doen. Leuke dingen voor mezelf. Tussen de chemo’s door ging ik o.a. taart bakken met mijn dochter, naar een toneelstuk, een strandwandeling maken met het gezin, naar de film en uit eten. Ik schreef verhalen en probeerde de contacten met werk, vrienden en contacten bij wijkkrant en fotoclub niet te verslonzen.

Ik werd onlangs volledig afgekeurd en moest het werk bij de mytylschool opgeven. Ik mag vanwege de tumoren in mijn nek niet meer tillen. Het risico dat er een keer een kind aan me gaat hangen is ook te groot. Ik heb er lang over gedaan om het dringende advies van de arts om het werk niet meer te doen, te gaan vertellen aan de directeur van school. Het niet meer kunnen werken daar doet me zeer, heel zeer. Ik heb al zoveel doelen los moeten laten. Ik was destijds zo blij dat ik aangenomen werd als assistent- invaller. In tegenstelling tot de vrouw in de irritante reclamespot (http://mogelijkheden.uwv.nl/#pages/campagne.html) van het UWV zal ik de kinderen van school wel missen. Ik mis ze al een jaar.

Toen ik eind april klaar was met de chemo hoopte ik op een paar maanden ziekenhuisvrij, maar de volgende mep werd eind mei al weer uitgedeeld: Mijn moeder werd geopereerd na zeer ernstige buikklachten en toen merkte ik hoe moeilijk het is om naast iemand te staan die ernstig ziek is. Het is, geloof ik, nòg moeilijker dan alles zelf mee maken. Dat doet me tevens beseffen dat mijn man, en een soort partner in die klotekanker, actief met mij mee denkt. Hij is bezorgd, maar hij toont nooit extreme overbezorgdheid. Dat is fijn. Daardoor kan ik beter functioneren. Ook nu in deze kloteweek. We genieten als het kan samen van de leuke momenten. Leuke dingen doen geeft energie. Het geeft me het gevoel dat het nog even goed is, hoe chaotisch het soms ook is in mijn hoofd. Ik zal waarschijnlijk in de toekomst nog veel meer doelen moeten loslaten, maar leuke dingen blijf ik doen. Het helpt, een beetje.

Opnieuw verhoogde tumormarker, maar ook gelukkig door simpele, leuke dingen

Momenteel word ik gelukkig van hele simpele dingen. Mijn dochter die een tekening voor me maakt, mijn puberzoon die nog elke avond een nachtknuffel van me wil. Een half uurtje in de zon. Het feit dat de vakantie begonnen is en dat ik dus niet om tien voor half negen in de ochtend op de fiets hoef te zitten om dochter naar school te brengen. Een avond bijpraten met drie vriendinnen en een middagje aan een natuurplas zitten terwijl de kinderen zich vermaken met een opblaasbare dolfijn en een hoop zand.

De activiteiten en de daarbij behorende positieve gevoelens die ik heb over deze momenten zorgen ervoor dat ik niet al teveel zwart-wit ga denken. Ik wil genieten, maar vanaf vrijdag moet ik die wil wel aan daadkracht koppelen. Het genieten wordt belemmerd door stress. Vrijdag 1 juli belde de oncoloog me en vertelde dat het bloedonderzoek van de dag ervoor niet goed was. De tumormarker is weer gestegen. Ik was al weer een aantal dagen duizelig en zag soms wazig. Ook de pijn in mijn nek verergerde weer(niet in ernstige mate). Mijn klachten in combinatie met de gestegen tumormarker in mijn bloed lieten de alarmbellen bij de arts weer rinkelen. Maandag is er dus weer een MRI van mijn hoofd gemaakt. Ik ben voor één week gestopt met de medicatie Tamoxifen, om te bekijken of de duizeligheid een bijwerking is van deze zooi.

Ik probeerde mijn ziekte niet allesoverheersend te laten zijn. Het gezegde ‘Pluk de dag’ bracht ik redelijk in praktijk. Het kankerspook heeft me nu echter weer in zijn greep. Vrijdagmiddag 8 juli krijg ik de uitslag van de MRI. Tot die tijd probeer ik door bezig te blijven, afleiding te zoeken. In de afgelopen jaren bleken de onzekere wachtperioden voor uitslagen de moeilijkste, maar er is wel wat veranderd in mijn coping. In het begin, in maart 2007, was ik hulpeloos, gespannen, zeer onzeker, boos, vaak oververmoeid en angstig. In de laatste vier jaar leerde ik meer vanuit mezelf te leven, ik kreeg meer innerlijke rust en de eerste stappen zijn gezet in het hanteren van een onzekere toekomst. Ik moest eigen keuzes maken en vooral steeds weer mijn doelen bijstellen.

Helaas werd dit proces (acceptatie?) een aantal keren lelijk onderbroken door slecht nieuws. In mei 2010 kreeg ik te horen dat ik niet meer beter word (maar nog wel, hopelijk lang, behandelbaar ben!!) en werd ik teruggeworpen in de omschreven eerste fase. Alle aspecten en emoties van maart 2007 kwamen in alle hevigheid terug. In onze zomervakantie 2010, direct volgend op de bestralingsperiode, kwam ik mezelf aardig tegen. Op een camping vallen namelijk de dagelijkse bezigheden weg en worden je gewoonten onderbroken. Dat hielp niet om alles op een rij te krijgen en ik heb er lang over gedaan om weer wat rust te vinden. Eenmaal thuis kon ik ook deze diagnose een plaats geven.

Toen er in december j.l. opnieuw slecht nieuws was, belandde ik in een soort gelatenheid. Ik had wel enkele hele slechte dagen, waarin ik uren achtereen liep te janken. Maar ik merkte dat ik me beter voelde als ik niet te zwart ging denken, ik parkeerde op sommige dagen mijn gevoelens ergens achter in mijn hoofd. Misschien was het ontkennen van mijn situatie, ik noemde het ‘blokken’ van wat er gebeurde. Ik stopte het weg en weigerde te blijven janken om wat me overkwam. Ik vond het prettig om af en toe leuke dingen te doen. Leuke dingen voor mezelf. Tussen de chemo’s door ging ik o.a. taart bakken met mijn dochter, naar een toneelstuk, een strandwandeling maken met het gezin, naar de film en uit eten. Ik schreef verhalen en probeerde de contacten met werk, vrienden en contacten bij wijkkrant en fotoclub niet te verslonzen.

Ik werd onlangs volledig afgekeurd en moest het werk bij de mytylschool opgeven. Ik mag vanwege de tumoren in mijn nek niet meer tillen. Het risico dat er een keer een kind aan me gaat hangen is ook te groot. Ik heb er lang over gedaan om het dringende advies van de arts om het werk niet meer te doen, te gaan vertellen aan de directeur van school. Het niet meer kunnen werken daar doet me zeer, heel zeer. Ik heb al zoveel doelen los moeten laten. Ik was destijds zo blij dat ik aangenomen werd als assistent- invaller. In tegenstelling tot de vrouw in de irritante reclamespot (http://mogelijkheden.uwv.nl/#pages/campagne.html) van het UWV zal ik de kinderen van school wel missen. Ik mis ze al een jaar.

Toen ik eind april klaar was met de chemo hoopte ik op een paar maanden ziekenhuisvrij, maar de volgende mep werd eind mei al weer uitgedeeld: Mijn moeder werd geopereerd na zeer ernstige buikklachten en toen merkte ik hoe moeilijk het is om naast iemand te staan die ernstig ziek is. Het is, geloof ik, nòg moeilijker dan alles zelf mee maken. Dat doet me tevens beseffen dat mijn man, en een soort partner in die klotekanker, actief met mij mee denkt. Hij is bezorgd, maar hij toont nooit extreme overbezorgdheid. Dat is fijn. Daardoor kan ik beter functioneren. Ook nu in deze kloteweek. We genieten als het kan samen van de leuke momenten. Leuke dingen doen geeft energie. Het geeft me het gevoel dat het nog even goed is, hoe chaotisch het soms ook is in mijn hoofd. Ik zal waarschijnlijk in de toekomst nog veel meer doelen moeten loslaten, maar leuke dingen blijf ik doen. Het helpt, een beetje.

Verder

Toen ik vorige week om 9.00 uur bij de kassa in de supermarkt stond, klonk het opeens naast me: “Mevrouw, U woont toch achter ons?” Ik kende de vrouw niet, maar ik vertelde waar ik woonde. “Ja, dan klopt het, zei de vrouw” Ik had mijn achterbuurvrouw nog nooit gezien. Dat is geen desinteresse voor mijn omgeving. Er staat een enorme kastanjeboom en een schuurtje tussen onze huizen. Het groen en de takken verbergen het buurhuis voor ons volledig. We stonden zo te beppen, dat we de boodschappen vergaten. De kassadame moest om ons lachen. “Ik begrijp dat jullie elkaar voor het eerst spreken?” “Ja”, zei ik: “Het is wel een goed begin van de dag, je buuv eens leren kennen na tien jaar bij elkaar wonen” Ik fietste vrolijk naar huis.

Mam in het ziekenhuis  Ik kon wel een goed begin van de dag gebruiken. De laatste weken zijn niet echt leuk geweest. Mijn moeder heeft in het ziekenhuis gelegen. Ik wil hier niet alles vertellen, want deze blog is van mij en niet van mijn moeder. Maar het was soms moeilijk de afgelopen dagen. Ik voelde me zelf gelukkig goed. Ik heb voldoende energie, maar ik had gehoopt in ieder geval twee maanden weg te blijven uit ziekenhuizen. Helaas moesten mijn vader, zussen en ik nu op regelmatige basis op bezoek in een ‘beter-wordt-fabriek’. Een andere dan die ‘fabriek’ waar ik regelmatig kom, dat wel. Ze is dapper, dat moedertje van me. Ze is vanaf dinsdagochtend thuis, maar qua herstel is ze er helaas nog lang niet.

Ziekenhuis

Eigen situatie   Ik heb lang niet meer op dit blog geschreven, omdat ik even de geestelijke energie niet had. Mijn fysiek wil steeds beter mee gelukkig. Ik moet regelmatig mijn pauzes nemen, maar toch heb ik het idee dat ik al bijna op het energy-level zit van voor de chemotherapie. 18 april had ik mijn laatste kuur. Het herstel van die laatste kuur ging eigenlijk wonder boven wonder heel goed. Van de zes weken was ik er na deze kuur het snelst bovenop. Ik doe alles in mijn doen-pauze-doen-pauze-doen tempo. Ik heb weinig pijn. Als ik pijn heb is dit in mijn rug en heup. Mijn nek gaat beter, maar snelle bewegingen met mijn hoofd en hardhandig geknuffeld worden door anderen (zodat mijn hoofd opzij geduwd wordt) is soms pijnlijk. Ik ben alleen duizelig als ik erg moe ben, als ik overdag te veel gedaan heb. De ochtend erna is het altijd over.
 

Onderzoeken  De eerste week van mei had ik mijn controles. Het waren twee dagen met een Mugascan, een Mammogram en een botscan. Het aanprikken voor de toediening van contrastvloeistoffen voor de scans en het bloedprikken ging weer vele malen mis. Ik voelde me een levend speldenkussen! Het zette me weer aan het denken wanneer ik de operatie wil voor de volgende PAC. Nog even niet heb ik ook al besloten. Ik wil nog even een soort pauze. Ik heb het ontzettend gehad met ziekenhuizen. Als ik het nog even volhoud zonder Port a Cath, kan het tweede exemplaar misschien in het najaar weer aan de rechterkant geplaatst worden. De linkerkant heeft voor mij veel nadelen. De PAC komt daar hoger onder de huid te liggen, is daardoor veel zichtbaarder en het zal ook gevoeliger zijn. Na mijn borstamputatie links, is er aan die kant van mijn lijf namelijk weinig spek cq spier meer over om een Porth a Cath weg te werken. Ik heb afgesproken dat ik de chirurg inschakel als ik zelf toe ben aan een nieuwe Porth a Cath. Dan kan ik binnen twee weken onder het mes.

Uitslagen  De uitslag van de Mammografie (borstfoto) was goed. Na een kleine week wachten meldde de oncoloog op 9 mei dat de bekende uitzaaiingen niet zijn uitgebreid, maar….. de plekken zijn ook nergens in mijn lijf kleiner geworden. Dat kan nog wel gebeuren door het 'doorwerken' van de chemo. De Tumormarker was gezakt van 82 naar 68. (in december 2010 was deze waarde: 102)  Ik ben er heel blij mee, maar het streven is dat de waarden beneden de dertig uitkomen.  De hartpompfunctie is prima! Conclusie: We zijn voorzichtig blij. Voorzichtig omdat er nog ziekteactiviteit is en mijn heup links nog steeds zeer doet. Ik ga het laatste donderdag bespreken als ik mijn APD (botversterker) krijg. Ik moest aan de bel trekken als het erger werd. Dat is niet zo, maar een lichte pijn is nog wel aanwezig. Op de botscan van begin mei was er niks te zien op mijn heup. 

Overige behandeling  Ik krijg nu weer Tamoxifen (hormoonkuur), maar nu in een hogere dosis. 40 mg per dag ipv voorheen 20 mg. Ik ben daar niet blij mee. Ik heb echter geen keuze. De oncoloog vond dat de Femara een te korte tijd zijn werk had gedaan om uitbreiding van uitzaaiingen tegen te gaan (start Femara in mei 2010, diagnose uitbreiding uitzaaiingen: december 2010). De interval met de Tamoxifen was veel langer (van oktober 2007 tot mei 2010) en daarom wil hij het middel toch opnieuw inzetten, maar dan in een hogere dosis.  De eerste week na de hernieuwde start van de hormoonpillen was ik jankerig, ik had een depressieve stemming. Het voelde aan als een zware PMS. Na een maand gebruik gaat het beter met mijn stemmingen, maar ik heb wel weer stramme benen als ik opsta en opnieuw een soort oude-van-dagen-loopje. Ik krijg geen Zoladex meer (de prikken in mijn buik) Ze gaan er van uit dat ik nu echt in de overgang ben. Wat wel gewoon doorgaat is de botversterker,  gewoon weer 1 x per maand twee uur aan het infuus op de dagbehandeling. Dat vind ik niet heel erg meer. Het went, als het aanprikken goed gaat zit ik mijn tijd wel uit. Vandaag hebben we voor mij en onze zoon een nieuwe laptop besteld. Misschien neem ik deze wel mee naar het ziekenhuis voor het kijken van een film. Met mijn huidige exemplaar is dat onhandig door een niet werkende accu.

Verder  De afgelopen weken was het druk in ons gezin. De dagen zaten vol activiteiten rond de kinderen, de bezoeken aan en zorgen rondom mijn moeder en verder nog een heleboel dagelijkse beslommeringen. Ik probeerde in deze hectische weken afleiding te zoeken in leuke dingen. Koninginnedag, meedoen aan een fotoproject in de wijk, foto’s laten zien op de fotoclub, uitjes, zoon ging op kamp met school en een uitgesteld verjaardagsfeestje van mijn dochter. Maar over die dingen meer in een volgend blog. Liefs!

Verder

Toen ik vorige week om 9.00 uur bij de kassa in de supermarkt stond, klonk het opeens naast me: “Mevrouw, U woont toch achter ons?” Ik kende de vrouw niet, maar ik vertelde waar ik woonde. “Ja, dan klopt het, zei de vrouw” Ik had mijn achterbuurvrouw nog nooit gezien. Dat is geen desinteresse voor mijn omgeving. Er staat een enorme kastanjeboom en een schuurtje tussen onze huizen. Het groen en de takken verbergen het buurhuis voor ons volledig. We stonden zo te beppen, dat we de boodschappen vergaten. De kassadame moest om ons lachen. “Ik begrijp dat jullie elkaar voor het eerst spreken?” “Ja”, zei ik: “Het is wel een goed begin van de dag, je buuv eens leren kennen na tien jaar bij elkaar wonen” Ik fietste vrolijk naar huis.

Mam in het ziekenhuis  Ik kon wel een goed begin van de dag gebruiken. De laatste weken zijn niet echt leuk geweest. Mijn moeder heeft in het ziekenhuis gelegen. Ik wil hier niet alles vertellen, want deze blog is van mij en niet van mijn moeder. Maar het was soms moeilijk de afgelopen dagen. Ik voelde me zelf gelukkig goed. Ik heb voldoende energie, maar ik had gehoopt in ieder geval twee maanden weg te blijven uit ziekenhuizen. Helaas moesten mijn vader, zussen en ik nu op regelmatige basis op bezoek in een ‘beter-wordt-fabriek’. Een andere dan die ‘fabriek’ waar ik regelmatig kom, dat wel. Ze is dapper, dat moedertje van me. Ze is vanaf dinsdagochtend thuis, maar qua herstel is ze er helaas nog lang niet.

Ziekenhuis

Eigen situatie   Ik heb lang niet meer op dit blog geschreven, omdat ik even de geestelijke energie niet had. Mijn fysiek wil steeds beter mee gelukkig. Ik moet regelmatig mijn pauzes nemen, maar toch heb ik het idee dat ik al bijna op het energy-level zit van voor de chemotherapie. 18 april had ik mijn laatste kuur. Het herstel van die laatste kuur ging eigenlijk wonder boven wonder heel goed. Van de zes weken was ik er na deze kuur het snelst bovenop. Ik doe alles in mijn doen-pauze-doen-pauze-doen tempo. Ik heb weinig pijn. Als ik pijn heb is dit in mijn rug en heup. Mijn nek gaat beter, maar snelle bewegingen met mijn hoofd en hardhandig geknuffeld worden door anderen (zodat mijn hoofd opzij geduwd wordt) is soms pijnlijk. Ik ben alleen duizelig als ik erg moe ben, als ik overdag te veel gedaan heb. De ochtend erna is het altijd over.
 

Onderzoeken  De eerste week van mei had ik mijn controles. Het waren twee dagen met een Mugascan, een Mammogram en een botscan. Het aanprikken voor de toediening van contrastvloeistoffen voor de scans en het bloedprikken ging weer vele malen mis. Ik voelde me een levend speldenkussen! Het zette me weer aan het denken wanneer ik de operatie wil voor de volgende PAC. Nog even niet heb ik ook al besloten. Ik wil nog even een soort pauze. Ik heb het ontzettend gehad met ziekenhuizen. Als ik het nog even volhoud zonder Port a Cath, kan het tweede exemplaar misschien in het najaar weer aan de rechterkant geplaatst worden. De linkerkant heeft voor mij veel nadelen. De PAC komt daar hoger onder de huid te liggen, is daardoor veel zichtbaarder en het zal ook gevoeliger zijn. Na mijn borstamputatie links, is er aan die kant van mijn lijf namelijk weinig spek cq spier meer over om een Porth a Cath weg te werken. Ik heb afgesproken dat ik de chirurg inschakel als ik zelf toe ben aan een nieuwe Porth a Cath. Dan kan ik binnen twee weken onder het mes.

Uitslagen  De uitslag van de Mammografie (borstfoto) was goed. Na een kleine week wachten meldde de oncoloog op 9 mei dat de bekende uitzaaiingen niet zijn uitgebreid, maar….. de plekken zijn ook nergens in mijn lijf kleiner geworden. Dat kan nog wel gebeuren door het 'doorwerken' van de chemo. De Tumormarker was gezakt van 82 naar 68. (in december 2010 was deze waarde: 102)  Ik ben er heel blij mee, maar het streven is dat de waarden beneden de dertig uitkomen.  De hartpompfunctie is prima! Conclusie: We zijn voorzichtig blij. Voorzichtig omdat er nog ziekteactiviteit is en mijn heup links nog steeds zeer doet. Ik ga het laatste donderdag bespreken als ik mijn APD (botversterker) krijg. Ik moest aan de bel trekken als het erger werd. Dat is niet zo, maar een lichte pijn is nog wel aanwezig. Op de botscan van begin mei was er niks te zien op mijn heup. 

Overige behandeling  Ik krijg nu weer Tamoxifen (hormoonkuur), maar nu in een hogere dosis. 40 mg per dag ipv voorheen 20 mg. Ik ben daar niet blij mee. Ik heb echter geen keuze. De oncoloog vond dat de Femara een te korte tijd zijn werk had gedaan om uitbreiding van uitzaaiingen tegen te gaan (start Femara in mei 2010, diagnose uitbreiding uitzaaiingen: december 2010). De interval met de Tamoxifen was veel langer (van oktober 2007 tot mei 2010) en daarom wil hij het middel toch opnieuw inzetten, maar dan in een hogere dosis.  De eerste week na de hernieuwde start van de hormoonpillen was ik jankerig, ik had een depressieve stemming. Het voelde aan als een zware PMS. Na een maand gebruik gaat het beter met mijn stemmingen, maar ik heb wel weer stramme benen als ik opsta en opnieuw een soort oude-van-dagen-loopje. Ik krijg geen Zoladex meer (de prikken in mijn buik) Ze gaan er van uit dat ik nu echt in de overgang ben. Wat wel gewoon doorgaat is de botversterker,  gewoon weer 1 x per maand twee uur aan het infuus op de dagbehandeling. Dat vind ik niet heel erg meer. Het went, als het aanprikken goed gaat zit ik mijn tijd wel uit. Vandaag hebben we voor mij en onze zoon een nieuwe laptop besteld. Misschien neem ik deze wel mee naar het ziekenhuis voor het kijken van een film. Met mijn huidige exemplaar is dat onhandig door een niet werkende accu.

Verder  De afgelopen weken was het druk in ons gezin. De dagen zaten vol activiteiten rond de kinderen, de bezoeken aan en zorgen rondom mijn moeder en verder nog een heleboel dagelijkse beslommeringen. Ik probeerde in deze hectische weken afleiding te zoeken in leuke dingen. Koninginnedag, meedoen aan een fotoproject in de wijk, foto’s laten zien op de fotoclub, uitjes, zoon ging op kamp met school en een uitgesteld verjaardagsfeestje van mijn dochter. Maar over die dingen meer in een volgend blog. Liefs!

Weer (Column voor wijkkrant)

Heb ik weer! Vandaag zit ik met een volgesnoten zakdoek en een warme trui aan op de bank. Naast me staat een flesje dropdrank en om de vier uur neem ik een paracetamolletje. Als dit in de papieren wijkkrant staat (eerste week van mei), ben ik waarschijnlijk al weer beter. Het is lastig een actueel onderwerp aan te snijden in een column die je een aantal weken voor publicatie al moet schrijven.

Weer Ik zou een stuk over het slechte weer kunnen schrijven, maar waar slaat dat op als we, een maand later, bij publicatie van de wijkkrant qua weer een uitstekend begin van de zomer beleven. Ik zou me vol lof uit kunnen laten over de activiteiten in de wijk op vrouwendag (8 maart) of de succesvolle speelgoedbeurs (26 maart) in ‘Speeltuinvereniging Oosterkwartier’, terwijl u zich als deze wijkkrant op de mat valt al weer bezig houdt met leuke uitstapjes en activiteiten in de meivakantie. 

Het onderwerp ‘weer’ is echter zo veranderlijk dat het op enig moment wel weer actueel is, wat je er ook over vertelt. Ik snak, net als velen met mij naar een mooie Nederlandse zomer met fijne temperaturen. Ik hoef geen hijgende hittegolven, maar ook geen ruitranselende regens met daarbij horende ondergelopen kelders. Ik wil een zomer met gemiddeld tweeëntwintig graden. Heel Nederland moet bezuinigen, dus rekening houdend met financieel minder weer kunnen we dan zonder gêne in eigen land op vakantie. Rundumhausen, Balkonië, Saint-Souterrain  en Hintergarten zijn goedkoper dan de Spaanse kust en een prima alternatief voor dure vliegvakanties. Als het weer hier tenminste een beetje meezit.

Met een bonkend hoofd, spierpijn en een vaag gevoel in de keel ben ik eigenlijk een beetje jaloers op U, lezer van deze column. Ik zit nog in eind maart en U leeft al in mei. Voor U is de vakantie, met hopelijk heel mooi weer, al dichtbij. Ik moet het nog even doen met regenbuien, ochtendkou en verkoudheid. Voorlopig is de weerman op de radio subjectief positief. Ed Aldus: “Morgen is het helemaal geen onaardig weer met een enkel straaltje zon” Dat geeft de burger weer moed. Mooi weer om weer even naar buiten te gaan voor een boodschapje op het plein. Ik blijf natuurlijk optimistisch. Wie weet zal mijn eerstvolgende column weer zonovergoten zijn. Dat kunt U dan wel gebruiken in uw herfst.

Ray Lander

(Geschreven voor de wijkkrant, editie begin mei)

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.